Mijn eerste kennismaking met 'Once'.

photo credit manuel harlan

Jaarlijks ga ik toch op z'n minst een keer naar Londen om een aantal voorstellingen te bekijken. Zo ook in maart 2013.

Het was een donderdagavond en eigenlijk hadden we tickets  voor  Midzomernachtsdroom in de Globe. Maar het regende pijpenstelen.We stonden te schuilen in een bushokje en daar hing een affiche van het Phoenix Theater. In tegenstelling met andere publiciteit voor musicals in Londen, waar de toeters en bellen je tegemoet springen, was het een eenvoudige strakke bruine affiche met de hals van een gitaar en met enkel de tekst :"ONCE" a new musical. Laten we daar naar toe gaan, zei mijn moeder, ik trakteer. Zo gezegd, zo gedaan. Niettegenstaande de voorstelling slechts een week eerder in première was gegaan stond er een lange rij aan de kassa. Toen wij aan de beurt kwamen verscheen het bordje "Sold out". "We komen speciaal van België voor de voorstelling.", sprak mijn moeder in haar beste Engels het kassameisje aan. "Momentje" zei ze, ze ging de zaal in en een paar minuten later kwam ze ons blij meedelen dat ze een oplossing had.

Ze troonde ons mee de zaal in waar de klankman druk bezig was met het verzetten van zijn klanktafel zodat er twee zitjes vrijkwamen. Of het volledig met zijn goesting was, weet ik niet, maar hij liet het in ieder geval niet merken en hielp ons vriendelijk in onze zitjes. Er heerste een ongedwongen, uitgelaten sfeer in de zaal. Op het podium stond een grote toog en de meeste toeschouwers passeerden eerst via het podium, waar een aantal muzikanten aan het jammen waren, om zich van de nodige drank te voorzien. Het publiek werd opgezweept met Ierse folk-traditionals die door iedereen luidkeels werden meegezongen. Van "Whiskey in The Lar" over "Galway girl" tot "Will you go lassie go". Kortom, we voelden ons meer in een Irish pub, ergens laat in de avond, dan in een theaterzaal. Vreemd als je zoiets niet verwacht, maar op de één of andere manier stelde het ons onmiddellijk op ons gemak en voelden we ons onmiddellijk thuis in deze wereld van de Ierse straatzangers.

Naadloos ging de jamsessie over in de voorstelling. De zaallichten doofden, al de muzikanten verplaatsten zich naar de zijkanten van de scène en centraal, in één sfeervolle spot, begon de "jongen" het prachtige nummer "Leave" te zingen. Wat de benaming "jongen" betreft is het zo dat beide hoofdpersonages in het stuk geen namen krijgen. Ze blijven simpelweg "jongen" en "meisje", alsof het zou kunnen gaan over eender welke straatzanger uit Dublin en eender welke Tsjechische immigrante die beiden model staan voor jonge mensen in verwarrende tijden.

De uitgelaten sfeer van de jamsessie slaat om in pure poëzie en dit is een proces dat zich menig keer herhaalt in de voorstelling: overgaan van stille, innemende momenten naar bruisende passages, waarvan de dynamiek de zaal wordt ingeduwd en zich volledig meester maakt van het publiek. En dit komt nooit geforceerd over. Niets in deze voorstelling vertrekt vanuit gemaaktheid of vanuit toeters en bellen, maar vanuit een vanzelfsprekende authenticiteit van de man of de vrouw in de straat. Dit maakt deze musical zo uniek en totaal "out of the box" en komen we dichtbij de reden waarom deze Once een cultmusical is geworden. Zelfs de grootste criticaster met de grootste musicalaversie vangt bot met het argument : "en dan beginnen ze ineens out of the blue midden in een scène te zingen". Bij Once kan men deze dooddoener niet gebruiken. Net omdat het precies over muziek gaat en hoe deze mensen en gevoelens samenbrengt en katalyseert tot pure menselijkheid. Vandaar dat ook alle acteurs tevens de muzikanten in de voorstelling zijn. 

We waren serieus onder de indruk. Dit is geen gewone musical, zelfs de noemer muziektheater dekt niet helemaal de lading. Dit gaat door z'n originaliteit, z'n eenvoud en z'n hedendaagse vormgeving een stuk verder. Net of musical en/of muziektheater een totaal nieuwe weg was ingeslagen. Een weg waarbij het gebruik van muziek bij het vertellen van een verhaal niet langer geforceerd hoeft over te komen maar vanzelf groeit vanuit de personages en de situatie. Tijdens de pauze was het een samentroepen van het publiek aan de bar op de scène.  Bewust lagen er nog een paar "rekwisiet" gitaren en een aantal toeschouwers waagden zich zowaar aan een aantal songs.  Dit maar om te zeggen hoe onbevangen het aanwezige publiek zich voelde.  Een onbevangenheid die een logisch gevolg was van de naturel van de voorstelling.  Nu kan je van de Engelsen zeggen wat je wil, maar je kan hen niet beschuldigen dat ze hun klassiekers niet kennen. Van Vera Lynn, over Frankie Vaughan tot de Beatles. Zelfs een aantal nummers uit "The Commitments" werden gezongen ter ere van Glen Hansard, de componist van de musical, omdat hij meegespeeld had in die film.  Dat ben ik ook pas later te weten gekomen.  Na een kwartiertje "ambiance" werden we verzocht om onze plaatsen in te nemen voor het tweede deel.

En dan begon het tweede deel. De geluidsman naast ons had zowaar voor 2 blikjes cola gezorgd. Zo negatief zal hij dus niet gestaan hebben tegen ons binnendringen van zijn persoonlijk domein. Opnieuw naadloos werden we vanuit de happening tijdens de pauze verrassend meegezogen in een aantal conflictsituaties. Muzikanten blijken nu eenmaal over grote ego's te beschikken wanneer er beslissingen moeten genomen worden inzake muzikale keuzes. De verwijten, sommige al meer gratuit dan de andere, gieren de pan uit en het groeiend liefdesverhaal dreigt ondergesneeuwd te worden.  Zeker wanneer het motto : "Eigen immigrant eerst" plots zijn neus aan het venster steekt. Maar uiteindelijk resulteert dit in een prachtige song die de gemoederen bedaart (When your mind's made up) en doet wat muziek dient te doen: mensen samenbrengen.

En misschien dat deze song de titel "Once" tegenspreekt en wél tot succes leidt, want veel getalenteerde zielen denken "Ooit dit" of "Ooit dat" maar in praktijk wordt die ooit door omstandigheden veelal "Nooit"

Een - vanzelfsprekende -  staande ovatie na de voorstelling. We waren totaal overdonderd. Wat we gezien hadden moest nog allemaal stilletjesaan binnensijpelen. Geen groot verhaal, geen magistrale decorwissels, geen afgeslepen choreografieën, maar levensvreugde. Dat was het algemeen gevoel dat na bleef zinderen. De energie dat je er opnieuw tegenaan kan.  Hoe slecht ook de vooruitzichten zijn, Hoe penibel ook de levensomstandigheden zijn.  Er is nog zoiets als de menselijke verbondenheid. En die connectie was alom aanwezig bij het  publiek dat die avond deze happening meemaakte. Want zo kan je het beste deze ervaring omschrijven. Geen theater- of musicalvoorstelling maar een gebeuren, een happening die ik nooit eerder bij een voorstelling had meegemaakt. De klankman vroeg ons of we zin hadden om mee nog iets te gaan drinken. Bijna heel de cast was daar aanwezig en wat zich op scène had afgespeeld, ging daar gewoon door tot een stuk na het verplicht sluitingsuur. Memorabel !! Het was zo laat dat we met een taxi terug naar ons hotel moesten. We passeerden het bushokje van de affiche en m'n moeder zei : "ik had er een goed voorgevoel bij" en zoals altijd had mijn moeder groot gelijk.

Ronny Verheyen

Volg Ons

Contact

Hoogstraat 41
2000 Antwerpen

secretariaat [at] de-speling.be

BE 0480 262 737